Woord

Zo. Dat was leuk om te doen. En leerzaam. En moeilijk.
Dankjewel, Dominee Inge Hoek, om deze heiden bij te staan en even toe te laten op de kansel.

In den beginne was het Woord

foto : Jeroen (Buffel) Meijerink

Lezing uit 1 Samuël 16, Hooglied en Johannes 1

Gemeente,

Als een koord van karmozijn zijn je lippen, je mond is betoverend. Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach.

De taal van het Hooglied tovert ons beelden voor ogen. Beelden van zonovergoten tuinen. Van hennabloemen en wierookbomen. Het is zo beeldend geschreven dat je de granaatappels bijna kunt proeven. Woorden. Alleen door woorden kan dit. De beschreven tuinen zijn al eeuwen en eeuwen verdwenen en de geliefden die zo naar elkaar verlangden zijn al lang opgegaan in elkaars stof. Maar hun liefde kunnen we nu nog lezen en voelen. Herkennen. We herkennen het verlangen. We kennen deze mensen.

Zo sterk zijn woorden. Het geschreven woord staat buiten de tijd. We stellen ons een man voor. En een vrouw. Het Hooglied is bijna drieduizend jaar oud.En wie het ook las, of hoorde. Waar het ook klonk. In de verbeelding van de luisteraar verscheen een man en vrouw. Ze leven eeuwig. Hun liefde is eeuwig. Door het Woord. Zo groot is het woord.

Ik ben een leek. Ik leef zonder God. Ik ben Goddeloos. Dat ik hier sta en mag spreken is een Godswonder. Ik leef met het woord. Ik leef van het woord. Ik zet mijn verbeelding om in taal. Ik groeide op met taal. Mijn vader is wiskundige. Op zondag gingen we niet naar de kerk. Op zondagochtend deden we taalspelletjes. Jongleren met de logica. Paradoxen. Over de Kretenzer die beweert dat alle Kretenzers liegen. We spraken over beweringen en definities over wat een bewijs is en wat een gevolgtrekking. Logica. Logos. We spraken in woorden over woorden. We spraken over God. Als God had bestaan, zei mijn vader, dan was het getal PI gewoon drie geweest en niet drie komma veertien en nog wat.

Ik leef met het woord. Ik leef van het woord. Geschreven Gezongen of Gesproken. Gesproken woorden waaien weg. En gelukkig maar. Hoe vaak zeg je niet iets stoms of onhandigs. Soms kwetsend, soms ongewild. Die woorden waaien weg. Net als het blaffen van honden in de nacht of het geluid van een taxi in de straat. Na verkeerd gekozen woorden zeggen we : Sorry, of zand erover. Over het geschreven woord gaat geen zand. Dat blijft leven. Blijft liefhebben. Blijft ontroeren. Maar blijft ook kwetsen. Blijft haten. Het blijft. maar het geschreven woord kan niet fluisteren of twijfelen. Het is niet hees van verdriet of in ademnood van het lachen. Je kunt het geschreven woord niet in de ogen kijken. Kleine zinnetjes op twitter en facebook die voortkwamen uit een mislukte grap of stomme bevlieging blijven staan. Staan zwart op wit. Wat ongezien had moeten oplossen in het avondlicht komt in plaats daarvan de volgende dag in het nieuws. Je moet het leren door schade en schande. Een e-mail of sms versturen als je boos bent of verdrietig of beneveld door alcohol. Veel mensen weten wat ik bedoel. Dan kent het geschreven woord geen context en geen genade. Ik schreef er ooit een lied over: Kus me dan en bijt mijn tong af.

ik zal gelukkig zijn
zwijgen en kijken
als een krokodil
zo ondoorgrondelijk lijken
voor dat de ochtend komt
en ik me maar weer bedenk
sluit de gordijnen
kus me dan en bijt mijn tong af

ik dank de hemel vast voor de kevers in het gras
en voor de meisjes uit mijn klas
en voor de bloemen op mijn graf
bedankt alvast
als je zo lief wil zijn
hou mijn hand nog even vast
tot de ochtend van de allereerste dag

kus me dan en bijt mijn tong af

We leven in een tijd waarin het vormen van een mening geen zin lijkt te hebben als die mening niet binnen tien seconden gedeeld kan worden met duizenden anderen. Ik ga hier niet preken over hoe slecht dat is. Ik weet niet hoe goed of slecht dat is. Het heeft zoveel kanten. Wel geloof ik dat we de gevolgen van dit nieuwe gedrag nog lang niet kunnen overzien. En ik hoop dat het kleine gesprek zal blijven bestaan. Zo’n gesprek waarin stiltes vallen. Waarin wordt gezocht naar woorden. Oogcontact wordt gemaakt. Of vermeden.

Het woord was bij God en het woord was God

Het woord “gras” is niet het gras zelf. Toch tovert het woord direct een beeld voor ogen. Je ziet een gazon of je voelt de dauw op je blote voeten. Huis. Jas. Vader. Keuken. Strand. Het woord “liefde” verwijst naar iets waarvan we ongeveer denken te weten wat het is, maar het woord “liefde” is niet de liefde zelf. Woorden geven een naam aan iets anders. Ik heb altijd gedacht dat er slechts één uitzondering was. Alleen het woord “woord” betekent zichzelf. Verwijst naar niets anders dan naar zichzelf. Toen ik daar over sprak tijdens de voorbereiding van deze middag bleek er nog een uitzondering te zijn.. Ook het woord “God” verwijst alleen naar zichzelf. Dat inzicht trof me. Maar het klopt wel. God is niet de naam van God. Het woord is God zelf. Eerst was er het woord. Zelf nog voor er een ruimte was waarin het kon resoneren. Nog voordat er iemand was die het kon horen was er het woord. Het woord geeft een naam aan alles. Ik ben een leek. Ik leef met het woord. Ik geloof dat God en Woord een en hetzelfde begrip zijn.

Mijn Bruid, je lippen druipen van honing , melk en honing proef ik onder je tong

Geen woord kan een kus vervangen. Een kus kan een directe expressie van liefde zijn. Een kus is het woordeloos opgaan in de ander . Maar een kus of een streling bestaat alleen in het nu. De aanraking bestaat zolang hij duurt. Je kunt hem ondergaan maar niet bewaren. Je kunt hem herinneren. Of beschrijven. Een handdruk of een omhelzing. Een gebaar van genegenheid, vriendschap, troost. Het verlangen van de twee geliefden uit het Hooglied is diep en oprecht. Een kind dat een kusje geeft op een oud litteken op je hand doet dat volkomen spontaan en gemeend. Dat voel je. Maar ook de bedoeling van een gebaar kan geveinsd zijn. De lichaamstaal van een politicus die kracht en overtuiging wil uitstralen is zorgvuldig ingestudeerd. We zien de ontspannen houding van een minister-president maar we lezen iets anders. Een lach kan niets meer dan behaagzucht zijn. Een compliment niets meer dan een truc. Een kus kan een Judaskus zijn. Hoe weten we dan wat echt is ? Wat oprecht is ? We weten het. Niet altijd. Maar meestal wel. Je kunt er op vertrouwen. Op je intuïtie. Instinct. Gezond verstand.

In het boek Samuel had Saul dat gezond verstand verloren. God zond hem een kwade geest, zo staat er.

Steeds wanneer de geest van God Saul overmande,. nam David zijn lier en tokkelde op zijn snaren, dat luchtte Saul op en deed hem goed. en de kwade geest liet hem dan voor even met rust

Die kwade geest. Wat was dat voor kwade geest ? Saul wist niet meer wat echt was en niet. Hij was verdwaald in het labyrint van de hele en halve leugens om hem heen. Was het wel een waan waar Saul doodongelukkig van werd ? Of was het juist het inzicht dat hem ten gronde richtte? Waarom bracht de muziek van David hem tot rust ?

Muziek kan niet misleiden. Je kunt muziek mooi vinden of niet. Je kunt het niet begrijpen of oppervlakkig vinden. Je kunt er tot tranen toe door geroerd worden of er gillend voor wegrennen. Maar liegen doet het niet. Het beweert niets. Heeft geen mening. Een melodie kan niet iets anders bedoelen dan wat ze zegt. De kwade geest had Saul beroofd van zijn vertrouwen op zijn innerlijke stem. Van alles en iedereen om hem heen kon hij alleen nog vertrouwen op de muziek, zijn laatste vriend.

Gemeente, dit is de eerste keer dat op de kansel sta. Waarschijnlijk ook de laatste. Ik heb maar 1 kans en als ik zou zeggen wat ik allemaal te zeggen had stonden we hier morgen nog, maar nog één aspect zou ik willen aansnijden : de vierde dimensie van taal : de poëzie.

Poëzie is zo’n mysterieuze taalvorm. Volgens mijn wiskundige vader, de vleesgeworden ratio, en de liefste man op aarde, is poëzie als tennissen zonder net. Het is zinledig. Het beweegt zich buiten de muren van beweringen en definities. Als je het leest is het van jou en voor jou en niemand anders zal er in lezen wat jij er in leest. Ik lees de Bijbel als een gedicht. Het is muziek. Geen handleiding.

Straks, aan het einde van de dienst mag ik nog even op het orgel spelen. Wat ik ga spelen weet ik nog niet. Ik laat mijn vingers vrij. Het zullen lang aangehouden tonen zijn. Ik zal proberen om zwijgende muziek te spelen.

Lieve mensen, zet vanavond een klein gedicht op papier. Gewoon voor jezelf. Het hoeft niet mooi of goed te zijn. Hoeft niet te rijmen. Het hoeft nergens over te gaan. Laat het aan niemand lezen. Hou het in jezelf. Van jezelf. En zwijg er over. Het is jouw gesprek met het woord.

Het woord was bij God en het woord was God

Amen.

Gepost door spinvis